Nieuws
|
Regio |
donderdag, 14 april 2011 |
Archeoloog Daniël Postma vraagt dorp om steun bij uniek experiment
Oud-Fries zodenhuis moet verrijzen op een weiland in Firdgum
Firdgum - Het dorp Firdgum is van oudsher bekend om zijn eenzame kerktoren, sinds tien jaar om het museum Yeb Hettingaskoalle en hopelijk vanaf 2012 om het zodenhuis.
Door Erik Betten.
De Groninger archeoloog Daniël Postma wil in het oude terpdorp een stal bouwen zoals die rond het jaar 700 op Friese terpen te vinden was. De tijd van de ‘koningsfibula’ van Wijnaldum, de tijd dat de Friezen deel uitmaakten van een welvarende Noordzeecultuur. De huizen en stallen van de vroege Friezen waren in die tijd geheel uit zoden opgebouwd, zo weten we uit opgravingen. Postma wijdde zijn afstudeerscriptie aan de vraag hoe die constructies eruit gezien moeten hebben.
,,Opgravingen zoals die in Hallum in 2007 geven ons een goed beeld van de plattegrond van zulke huizen. Heel bijzonder is dat het onderste deel van de muren zelfs nog bewaard is gebleven in de terp. Maar hoe die huizen er verder precies hebben uitgezien, dat is niet op grond van bodemsporen te achterhalen.”
Om toch een idee te krijgen van omvang, hoogte en dakconstructie, bekeek Postma zodenhuizen zoals die nog altijd op IJsland te vinden zijn. Daar deed hij zelfs een cursus zodenbouwen. In Schotland trof hij ook nog boerderijen aan die qua constructie veel aanwijzingen bevatten voor de Friese bouwvormen uit de terpentijd.
Postma was gisteren in de Yeb Hettingaskoalle in Firdgum om de inwoners van het dorp te vertellen over zijn plannen, die hij samen met het bestuur van het museum heeft opgesteld. Hij hoopt in de zomer van 2012 met ongeveer twaalf vrijwilligers in drie maanden een schuur na te bouwen op het weiland tegenover het museum.
Postma waarschuwde zijn gehoor dat de plannen nog in een zeer pril stadium zijn. Hij hoopt te promoveren met verder onderzoek naar zodenbouw, maar hij moet nog te horen krijgen of hij een aanstelling als onderzoeker krijgt. Lukt dat, dan moet er voldoende subsidie bijeen worden gebracht. Daarna komt nog het vergunningentraject.
De initiatiefnemers zijn echter vol vertrouwen. ,,We hebben al verkennende gesprekken gehad, en de neuzen staan dezelfde kant op.”
Ook de zaal reageerde gisteren positief op de plannen, al schrokken sommigen wel even van de omvang van het gebouw: zo’n zeventien meter lang en zesenhalve meter breed, op een podium dat nog iets groter wordt. De kaphoogte nadert de vijf meter, waarbij het houten dakwerk op de één meter brede zodenmuren steunt.
Wat lag er vroeger op zo’n dak, wilde iemand in de zaal weten. Een goede vraag, waarover archeologen nog twisten. ,,Heel lang is de aanname geweest dat dat riet was. Maar we weten nu dat dat een stuk minder voorhanden was in de terpentijd dan we nu zouden denken. Bovendien is riet brandgevoelig. Het zou goed kunnen dat daar ook zoden op lagen. Dat gaan we in elk geval bij ons project als dakbedekking gebruiken.”
Om zo authentiek mogelijk te werk te gaan wil Postma alle zestienduizend zoden in het buitendijkse gebied van het Noorderleech steken. Daar is de klei nog van de samenstelling die de vroege Friese terpbewoners gekend moeten hebben.
Wie nieuwsgierig is naar zoden als bouwmateriaal, kan nu al bij de Yeb Hettingaskoalle terecht. Naast het gebouw is anderhalf jaar geleden door Postma en bestuursvoorzitter Dries Bosma al een proefmuur opgebouwd. ,,Die hebben we in het najaar neergezet. Eigenlijk het verkeerde seizoen, want dan drogen de zoden niet voor de winter. Maar hij heeft de winter goed overleefd en is in uitstekende staat.”
Over de levensduur van zodenhuizen hebben archeologen verwoede debatten gevoerd, vertelt Postma. ,,Dat varieert van vier tot honderd jaar.” Postma neigt naar het laatste. ,,Op IJsland staat een zodenhuis dat al 350 jaar oud is.” Als het goed is, zou het zodenhuis - of beter gezegd de zodenstal - dus een permanente aanwinst voor Firdgum zijn.
Reconstructietekeningen van een zodenstal zoals die in 700 in Fryslân gestaan moet hebben. Het hout voor de kap kwam niet uit het kweldergebied, maar uit het achterliggende veengebied richting Drenthe.
Onbegrensd
fietsplezier
Speciaal voor de recreatieve fietser heeft Toeristisch Platform samen met de ANWB een uniek fietsroutenetwerk uitgezet. Zo ook langs de Yeb Hettinga Skoalle. Door 70 fietsknooppunten met elkaar te verbinden ontstaat een zeer heldere bewegwijzering met…. kilometers aan fietsroutes.
Wat de opzet van het routenetwerk zo bijzonder maakt is dat de recreatieve fietsers gemakkelijk zelf een route kunnen uitstippelen. Geheel naar eigen wens. Kennis van de wegen en de paden is dankzij de uitgekiende bewegwijzering niet nodig. De routeborden doen het werk.
De routes zijn uitstekend geschikt voor een middag, een dag of zelfs enkele dagen fietsplezier. U kiest aan de route zelf de overal aan-wezige kampeerterreinen, hotels, pensions en Bed en Brochjes uit.
De routes voeren over rustige fietsvriendelijke weggetjes, vlak en goed onderhouden. U ondervindt geen zware beklimmingen en bij ons is er gelegenheid tot een sanitaire stop en de koffie/thee staat klaar terwijl u lekker even kunt uitrusten. De vele culturele en historische bezienswaardigheden zijn allen uitstekend per fiets bereikbaar. Kortom, Noardwest Fryslan op de fiets is nog meer genieten dank zij het unieke netwerk van fietsroutes. Uiteraard kunt u bij ons ook de volledige of een (deel)fietskaart kopen.
Door Redactie Franeker.StreekMedia.nl op donderdag, 7 februari 2008 om 17:11
Firdgum - Het bestuur van de Yeb Hettinga Skoalle uit Firdgum heeft plannen om een ‘Plaggenhuis’ te gaan bouwen in de buurt van dit streekmuseum.
Uitgangspunt voor de reconstructie vormt het in Wijnaldum opgegraven huis, aangevuld met gegevens van plaggenhuizen uit het Groningse Leens en het Friese Foudgum. Het Wijnaldumer huis dateert uit de 6e/7e eeuw na Christus, de periode waarin ook de grote gouden mantelspeld gevonden bij Wijnaldum, thuishoort.
Een boerderij bestond in de middeleeuwen uit een woondeel, een ‘hal’ met ingangen en een staldeel, die met binnenwanden van elkaar waren gescheiden. De haard en slaapvertrekken bevonden izhc in het woondeel, en de stalboxen van vlechtwerk aan weerszijden van een mestgoot in het staldeel.
Voor details over de indeling van middeleeuwse woonstalhuizen kan naar goed geconserveerde plattegronden uit het Duitse Elisenhof en Oldorf worden gekeken. Ter volledigheid zou niet alleen een boerderij, maar ook een bijgebouw in de vorm van een zogenaamde hutkom kunnen worden aangelegd. Deze ingegraven gebouwen van ca. 5 x 3 m vertonen deels dezelfde constructie elementen (wanden van kwelderzoden en een dak van stro en zoden).
Het dak rustte echter niet op palen, maar direct op de plaggenwanden. In het verlengde van het archeologische steunpunt in Firdgum kan men daar dan zien hoe de eerste bewoners van de terpen gehuisvest waren. In Nederland is nog geen plaggenhuis gebouwd uit de tijd van de eerste terpbewoners. De plannen zijn in een voorbereidende Noordwest Friesland.
fase met hulp van het Groninger Instituut voor Archeologie, Frysk Erfskip Archeologie Fryslân, het Fries museum en de Gemeente Franekeradeel. De financiering wordt mede mogelijk gemaakt door een gift van € 6000,- van Woningstichting